Wijziging Arbowet: de OR krijgt meer invloed door de nieuwe raadplegingsplicht

Als ondernemingsraad heb je al veel invloed op het arbobeleid binnen de organisatie. Met een recente wijziging van de Arbowet wordt die positie nog verder versterkt. De bestuurder moet de OR voortaan raadplegen over belangrijke arbomaatregelen. Dat lijkt misschien een klein verschil, maar in de praktijk kan het grote gevolgen hebben voor de invloed van de OR op arbeidsomstandigheden, veiligheid en gezondheid binnen de organisatie. In dit artikel lees je wat de nieuwe raadplegingsplicht in de Arbowet inhoudt, voor welke arbovraagstukken deze geldt en hoe de ondernemingsraad deze wetswijziging kan benutten om eerder invloed uit te oefenen op het arbobeleid.

Geschreven door Erik Riet, trainer & adviseur bij Loof

Wat is er veranderd in de Arbowet?

Tot voor kort bepaalde de Arbowet dat de bestuurder met de OR moest overleggen over arbovraagstukken. Dat was een vrij open norm. In de praktijk betekende dit vaak dat een onderwerp tijdens een overlegvergadering werd besproken, zonder dat duidelijk was wat er vervolgens met de inbreng van de OR gebeurde.

De wet spreekt nu niet langer over overleggen, maar over raadplegen.

Dat is meer dan een woordwijziging. Raadplegen betekent dat de bestuurder de OR daadwerkelijk betrekt bij de voorbereiding van belangrijke arbobesluiten.

Wat betekent de nieuwe raadplegingsplicht voor de OR?

De raadplegingsplicht bestaat uit drie belangrijke elementen.

1. De bestuurder betrekt de OR tijdig

De OR wordt niet pas geïnformeerd als het voorstel al klaar is, maar in een fase waarin er nog keuzes gemaakt kunnen worden. Er moet dus nog ruimte zijn om de ideeën van de OR mee te nemen.

2. De OR krijgt de gelegenheid om mee te denken

Raadplegen betekent meer dan informatie delen. De bestuurder nodigt de OR uit om vragen te stellen, alternatieven aan te dragen, aandachtspunten te benoemen en met voorstellen te komen.

3. De bestuurder laat zien wat met de inbreng is gedaan

Een reactie als “We nemen het mee” is niet voldoende. De bestuurder moet inhoudelijk aangeven welke opmerkingen zijn overgenomen en waarom bepaalde keuzes wel of niet zijn gemaakt.

Maar was dit niet al de bedoeling?

Eigenlijk wel. Het raadplegen van de OR is doorgaans een logisch onderdeel van een instemmingsproces. Toch gebeurde dat in de praktijk lang niet altijd. De OR werd dan om instemming gevraagd op een voorgenomen besluit terwijl de belangrijkste keuzes al waren gemaakt.

De wijziging van de Arbowet onderstreept daarom dat de betrokkenheid van de OR aan de voorkant van het proces moet plaatsvinden. De raadpleging vervangt het instemmingsrecht niet, maar voegt juist een belangrijke stap toe vóór de formele besluitvorming.

Een voorbeeld

Stel dat de bestuurder het contract met de arbodienst wil vernieuwen. Het uiteindelijke contract is instemmingsplichtig. Dat verandert niet. Door de gewijzigde Arbowet hoort de bestuurder de OR nu echter al in de voorbereidingsfase te betrekken. Bijvoorbeeld door vragen te stellen als:

  • Welke ervaringen heeft de OR met de huidige arbodienst?
  • Waar lopen medewerkers tegenaan?
  • Welke dienstverlening vindt de OR belangrijk?
  • Welke verbeterpunten ziet de OR?

Deze input kan vervolgens worden meegenomen bij de selectie van een nieuwe arbodienst of bij de onderhandelingen over het contract. Pas daarna volgt het definitieve voorstel waarover de OR formeel instemming verleent.

Voor welke onderwerpen geldt de raadplegingsplicht?

De wet noemt de volgende onderwerpen:

  • Het aanwijzen van bedrijfshulpverleners (BHV-ers)
  • de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) en het plan van aanpak
  • de inschakeling van deskundige bijstand (denk aan preventiemedewerker, bedrijfsarts)
  • de keuze voor de arbodienst en het arbodienstcontract
  • de voorlichting en instructie over arborisico’s
  • andere maatregelen die van wezenlijk belang zijn voor de veiligheid en gezondheid van medewerkers.

Die laatste categorie is bewust ruim geformuleerd. De opsomming in de wet is dus niet limitatief.

Wanneer is iets van ‘wezenlijk belang’?

Juist hierover kan de OR het gesprek aangaan met de bestuurder.

Stel dat de organisatie de werktijden ingrijpend wil wijzigen, waardoor medewerkers vaker nachtdiensten draaien of minder hersteltijd krijgen. De bestuurder ziet dit misschien vooral als een organisatorische wijziging, terwijl de OR kan beargumenteren dat dit ook belangrijke gevolgen heeft voor de gezondheid van medewerkers.

Ook onderwerpen als psychosociale arbeidsbelasting (PSA), werkdruk, agressie en intimidatie, sociale veiligheid en het beleid rond de vertrouwenspersoon kunnen onder omstandigheden onder de raadplegingsplicht vallen.

Wat kan de OR hier concreet mee?

Deze wetswijziging biedt de OR vooral een kans om eerder invloed uit te oefenen. Wacht daarom niet af totdat de bestuurder zelf met een voorstel komt.

Bespreek als OR bijvoorbeeld:

  • Op welke arbothema’s willen wij graag vroegtijdig betrokken worden?
  • Welke kennis en ervaringen kunnen wij inbrengen?
  • Hoe ziet goede raadpleging er volgens ons uit?
  • Op welke momenten willen wij worden meegenomen in het proces?

Maak hierover vervolgens concrete afspraken met de bestuurder. Hoe duidelijker de verwachtingen zijn, hoe groter de kans dat de raadplegingsplicht ook echt leidt tot een betere samenwerking.

Arbo is meer dan veiligheidsschoenen en heftrucks

Sommige OR-en denken dat arbeidsomstandigheden vooral een onderwerp zijn voor productiebedrijven of organisaties met veel fysieke risico’s. Maar dat is niet het geval! Natuurlijk blijven fysieke veiligheid, gevaarlijke stoffen en machineveiligheid belangrijke thema’s. Maar in veel organisaties liggen de grootste arborisico’s tegenwoordig juist op een ander vlak.

Werkdruk, stress, ongewenst gedrag, grensoverschrijdend gedrag, sociale veiligheid, beeldschermwerk en mentale belasting zijn minstens zo belangrijk. Deze onderwerpen vallen onder psychosociale arbeidsbelasting (PSA) en verdienen de aandacht van iedere ondernemingsraad, ook in organisaties waar vrijwel iedereen achter een bureau werkt.

Een mooie kans voor de OR

De wijziging van de Arbowet verandert niet alleen de verplichtingen van de bestuurder, maar biedt ook kansen voor de ondernemingsraad. Door actief gebruik te maken van de nieuwe raadplegingsplicht kan de OR eerder meedenken, zijn kennis van de werkvloer inzetten en bijdragen aan betere besluiten over veiligheid, gezondheid en welzijn. En juist daar ligt misschien wel de grootste winst: niet pas reageren op een uitgewerkt voorstel, maar meedenken op het moment dat keuzes nog gemaakt kunnen worden.

Wil je meer leren over dit onderwerp?

Wat is de nieuwe raadplegingsplicht voor de OR?

De nieuwe raadplegingsplicht betekent dat de bestuurder de ondernemingsraad (OR) voortaan al tijdens de voorbereiding van belangrijke Arbo besluiten moet betrekken. De OR krijgt daardoor de mogelijkheid om mee te denken voordat belangrijke keuzes zijn gemaakt.

Wat is het verschil tussen raadplegen en instemming van de OR?

Bij raadplegen wordt de OR vroegtijdig betrokken bij de voorbereiding van een besluit. Bij instemming beoordeelt de OR een concreet voorstel dat al is uitgewerkt. De nieuwe raadplegingsplicht vervangt het instemmingsrecht niet, maar komt daar als extra stap voor de besluitvorming bij.

Voor welke Arbo besluiten moet de bestuurder de OR raadplegen?

De raadplegingsplicht geldt onder meer voor de RI&E en het plan van aanpak, de keuze voor een arbodienst, de inzet van deskundige ondersteuning, BHV en andere maatregelen die van wezenlijk belang zijn voor de veiligheid en gezondheid van medewerkers. Ook onderwerpen als werkdruk en sociale veiligheid kunnen hieronder vallen.

Verder lezen?

Op de hoogte blijven over de laatste medezeggenschap ontwikkelingen?

1x per maand een nieuwsbrief in je mailbox